Shine Utga Oruulah (Einde)

дуудлага cонсох, shine utga oruulah, done, kloar, finito, готовый….

Vrijdag 3 mei was het dan zover, de officiele afsluiting van ons Mongol Rally avontuur. Onder het genot van een hapje en drankje hadden we een kleine get together met de alle grote sponsoren om er een eind aan te breien. Na de fotopresentatie konden we dan officieel de cheque overhandigen aan het bestuur van Stichting Bram IJzerman ter waarde van 2500 euri.

FF handjes schudden

Nog meer handjes schudden

De Donatie

Namens Stichting Bram IJzerman en ons:

HARTELIJK DANK VOOR ALLE STEUN

Posted in Uncategorized | Comments Off

Siberië en het Altaygebergte van Rusland – zelfs in de zomer ongelooflijk koud!

De uitgestrekte vlakten van Kazachstan konden we achter ons laten terwijl we op weg gingen naar Rusland. Van Semey ging de route richting Rubtovsk, uiteraard nadat we eerst het ritueel van de grensposten weer moesten doen. Gelukkig werden we er wel steeds beter in. Siberië en het Altaygebergte stonden ons op te wachten, het laatste stuk voor Mongolië!

Na de rit met de elevator of doom weer overleefd te hebben zijn we eerst maar eens gaan ontbijten in het treinstation/hotel van Semey. De Australiërs kwam niet veel later naar beneden en we zijn snel naar de parkeerplaats achter het hotel gegaan waar de auto’s gelukkig nog stonden. Terwijl we aan het inpakken waren kwamen we er achter dat de Australiërs een lekke band hadden gereden gisteren. Eerst dus maar even de band verwisselen voordat we op pad konden gaan. Het was gelukkig niet zo ver naar de grens dus we hadden goed vertrouwen dat we het vandaag wel zouden redden en zelfs nog een stukje Rusland konden doen. Het doel voor vandaag was de stad Barnaul, een goede 150 km over de grens met Rusland.

Het was toch maar weer goed dat we bijtijds weg zijn gegaan uit Semey. Het laatste stukje Kazachstan was een erg mooi gebied met veel kleine dorpjes waar we door heen kwamen maar helaas heeft dat ook zijn nadelen. Blijkbaar hebben ze namelijk in Kazachstan tegenwoordig ook al de mobiele flitser en we werden op een verlate weg wat blijkbaar een dorp of misschien zelfs wel een gemeente was aangehouden door de politie. Uiteraard moest de boete per direct betaald worden en was deze in eerste instantie schandalig hoog, maar na wat praten, sigaretten en dropjes was deze al aanzienlijk lager en na het aftikken zijn weer weer (wat minder) snel doorgereden richting de grens. Kazachstan uit komen bleek verreweg de gemakkelijkste grenspost uit een land dat we tegen waren gekomen buiten Europa. Er was alleen een slagboompje en een kleine controle. In eerste instantie dachten we dat het de voorcontrole was maar plotseling stonden we voor de grens met Rusland. Blijkbaar waren we Kazachstan toch al echt uit, het voelt alsof er dan ergens een addertje onder het gras moet zitten maar dat bleek toch echt niet het geval. Nou, dan moest Rusland wel een erg lastig controle zijn bedachten we onszelf. Niets was minder waar, hoe makkelijk Kazachstan was om uit te komen, zo was Rusland het makkelijkste land om in te komen sinds Europa. We kregen een papiertje om in te vullen, vervolgens mochten we doorrijden richting de slagboom ter controle.  Hier moesten we het papiertje afgeven aan een Rus die ontzettend goed Engels sprak en moest de achterklep even open. De man keek één keer naar binnen en vond het oke, we konden doorrijden en we waren in Rusland! Het asfalt werd gelijk een stuk beter en de omgeving was ook gelijk veranderd. Het leek heel even alsof we ergens in Europa aan het rondrijden waren. Goed asfalt, weidevelden afgescheiden door rijen boompjes met koeien die rustig aan het grazen waren. We zaten toch in Rusland?  Onderweg genoten we van het goede wegdek, wetende dat het wel eens de laatste paar honderd kilometer van überhaupt een asfalt zou kunnen zijn, laat staan een goede weg. Het boekje van Hoe en wat in het Russisch begon nu toch echt van pas te komen en na pak hem beet twee uur konden we een klein woordje Russisch. Het begrijpen van de borden werd al steeds beter en we konden de plaatsnamen al lezen. Zelfs een kort gesprek bij de benzinepomp over wat we deden en de route naar Barnaul vragen begon zelfs al te lukken. Het boekje werd al snel omgedoopt tot The Amazing Book of Translation. Het duurde niet lang of we zaten op de goede weg naar Barnaul. Ergens in de avond kwamen we dan eindelijk aan in de grote stad. Het was apart om na al die tijd weer in een grote stad te zijn met overal neon-lichten, taxi’s, ATM’s en supermarkten. Wel fijn om weer even richting de beschaving te kunnen gaan.

In Barnaul hebben we niet moeilijk gedaan en gelijk om een taxi gevraagd die ons naar het hotel kon brengen dat we in de lonely planet hadden uitgezocht. Het duurde niet lang of we hadden een taxi gevonden maar uiteindelijk bleken we er niet veel aan te hebben want de beste man bracht ons wel naar een hotel, het was alleen niet het goede hotel. Afijn, een gegeven paard moet je niet in de bek kijken en het hotel waar we afgezet waren bleek ook prima te zijn en had kamers. Inchecken dus. ‘s Avonds besloten we om eens lekker uit eten te gaan en even te genieten van de stad. We vroegen her en der aan mensen of ze nog een goed restaurant wisten en het duurde niet lang of we zaten ergens lekker te eten. Het bleek één van de toprestaurants van Barnaul te zijn, maar de prijzen waren niet gek en het personeel zag er leuk uit dus we vonden het wel prima. Het personeel vond ons blijkbaar ook wel interessant want na het eten vroegen we voor de grap of een van de serveersters nog een leuke plek wist om te stappen en voor we het wisten had ze zich omgekleed en ging ze met ons mee.  Het werd een gezellig avond waar we een hoop Russen hebben leren kennen en we pas vroeg weer in ons nest lagen.

De volgende dag zijn we verder Rusland ingetrokken, richting het Altaygebergte in Siberië. Het was wel even vreemd om je te realiseren dat we Siberië in gingen rijden, een land dat je vaak zegt in de vorm van een gezegde maar nu waren we er dan ook echt. Van Barnaul gingen we richting Gorno-Altaysk en volgden we de M52 die door het Altaygebergte heen slingerde. Uiteindelijk leidde deze weg naar Tashanta Border Gate, de grens met Mongolië, maar voordat we daar waren moesten we het Altaygebergte nog doorheen. Het Altaygebergte zou ook een hoogtepunt uit de reis blijken te zijn, grote bergen aan weerszijde van een prachtige vallei met veel bos en beekjes. Een plek alsof het rechstreeks uit een BBC documentaire kwam, idyllische dorpjes met rook uit de schoorstenen komend en de koeien die zorgde voor de melk die in de tuin stonden.  Zo af en toe kwamen we door een wat groter dorpje en konden we even wat inkopen doen of benzine tanken om vervolgens de reis te hervatten. In één van zulke dorpjes hebben we even wat gegeten en werden we verrast doordat de eigenaar ineens westerse muziek (weliswaar uit de jaren ’80 en ’90) opzette waarop wij begonnen mee te zingen en de serveersters eigenlijk hun lachen niet meer in konden houden. Tja, je moet je ergens mee vermaken onder het eten zullen we maar zeggen. Na het eten moesten de Australiërs nog even een internetcafé opzoeken. Blijkbaar was hun visum voor Mongolië nog een beetje een probleem en wachten ze nog op een bericht van de organisatie. Uiteindelijk kon er contact worden gemaakt via de inbelverbinding en met hulp van de mobiele telefonie en kon het dan geregeld worden. We konden weer op weg. Na nog een flink stuk gereden te hebben werd het tijd om een overnachtingsplek op te gaan zoeken. We hadden besloten om gewoon ergens wild te gaan kamperen, we zaten tenslotte in Siberië! Het duurde even voordat we een mooi plekje hadden gevonden maar toen we eenmaal wat hadden was het ook wel echt een mooie plek om te slapen. Omgeven door bomen op een grasveld met de bergen van het Altaygebergte die op ons neerkeken, de perfecte plek. We hebben snel de tenten opgezet en een vuurtje gemaakt voor het eten om nog een tijd van onze avond te kunnen genieten. Het vuurtje bleek later op de avond ook nog erg nuttig want het werd verdacht koud terwijl we daar rond het vuur zaten die avond. De volgende dag bleek dat maar al te waar want terwijl we plus 50 graden Celsius temperaturen hebben doorstaan in Turkmenistan bleek het hier keihard te vriezen in de nachten. De tenten waren de volgende dag bevroren en we moesten bijna drie truien en een jas aan om het een beetje warm te krijgen. Daar stonden we dan in het Altaygebergte, hopende dat de auto’s in ieder geval wilden starten. De suzuki doorstond de test zonder problemen, de motor sprong aan en wilde graag weer verdergaan. De auto van de Australiërs had er iets meer moeite mee maar ook die srpong snel aan. Nadat we alles weer hadden ingepakt was het tijd voor het laatste stuk Rusland, het Altaygebergte uit en op naar Mongolië. Het was vreemd om na al die landen te hebben doorkruist nu zo dicht bij je doel te komen te staan. Alsof de reis er al bijna op zat, we moesten echter nog een goede 2000 kilometer voordat we er zouden zijn. Voordat we bij de grenspost aankwamen moesten we nog een stukje Altaygebergte door, eenmaal bij de grenspost wilden we graag nog wat hout inslaan. Aangezien er in Mongolië niet zo gek veel bomen staan hadden we bedacht om maar vanuit Rusland wat mee te nemen zodat we eventueel een kampvuur konden maken. Vlak voor de grenspost bleek het echter nog wel lastig om dit te vinden en uiteindelijk hebben we in het laatste stukje Rusland, in het plaatsje dat hoorde bij de grenspost van een vrouw wat hout mee gekregen. We kregen een behoorlijke hoeveelheid hout mee, maar ze hoefde er gek genoeg niets voor terug hebben, zelfs geen stroopwafels. Later realiseerden we dat dit misschien wel was omdat ze dan misschien dachten dat we haar hadden omgekocht. Terwijl dit natuurlijk helemaal niet het geval was, maar dat wisten zij niet. Uiteindelijk hadden we het hout ingeslagen en gingen we op weg naar de grens, op naar Mongolië!

Posted in Uncategorized | Comments Off

Over de uitgestrekte vlakten van Kazachstan

Van de hoogstandjes van de zijderoute in Oezbekistan tot de pruiken en slippers van kamelenwol in Registan; Oezbekistan was een bijzonder (mooi) land. Nu was het tijd voor Kazachstan, een land ter grootte van West-Europa dat we in een paar dagen wilden door rijden. Achter Kazachstan wachtte ons Siberië en dan, eindelijk, Mongolië!

Na een goede vijf uur bezig te zijn geweest bij de grenspost om Oezbekistan uit te komen en om vervolgens Kazachstan in te komen konden we weer een land op ons lijstje er bij schrijven. Dit keer was de grenspost toch ook wel een leuke ervaring geweest. De douaniers hadden namelijk bij de Australiërs een rugbybal gevonden en dat vonden ze toch wel erg mooi, blijkbaar iets dat ze nog niet eerder hadden gezien. We konden dat niet zo laten gaan en hebben ze dus even laten zien hoe je met een rugbybal moet gooien. Niet alleen de mannen van de douane vonden dat leuk maar blijkbaar ook de herdershond die er vervolgens met de bal vandoor ging. Afijn, wij konden weer over de grens dus waren allang blij, de steppes van Kazachstan stonden op ons te wachten.

We wisten dat Kazachstan groot was, erg groot, maar na het rijden van uren en uren over de zelfde weg, over dezelfde steppe, met dezelfde bergketen aan je rechterkant begon het ons toch wel te dagen dat Kazachstan echt een heel erg groot land is. Toch begon het ons ook wel te dagen door wat voor bijzondere gebieden we eigenlijk aan het rijden waren. Hoeveel mensen kunnen nou zeggen dat ze uren achter elkaar gereden hebben zonder ook maar iemand tegen te komen. De zon onder zien gaan achter een vlakke horizon met de mooiste sterrenhemel is toch iets om bij stil te staan. Eenmaal in Kazachstan was het onze bedoeling het land in zo’n twee dagen door te kruisen, dat betekende flink doorkarren en slapen in het veld. Wat we vooral in Kazachstan hebben gezien waren grote uitgestrekte velden, eindeloze wegen en toch wel groene landschappen. De eerste stop was in Shymkent, een behoorlijke grote plaats vlakbij de grens met Oezbekistan. Omdat we de vorige dag toch weer zo’n 3.5 uur kwijt waren met het oversteken van de grens om Kazachstan in te komen hadden we besloten om nog zo’n 100 km te rijden en dan in Shymkent een hotelletje op te zoeken. De volgende dag waren we vroeg opgestaan (rond 06:00) om een lange dag te kunnen maken. De Australiërs hadden zich alleen verslapen omdat we weer door een tijdzone heen waren gekomen en ze de klok niet hadden verzet. Dat gaf ons gelukkig wel even de tijd om een ATM op te zoeken en wat geld te pinnen. Rond een uur of 09:00 konden we dan eindelijk op weg. Vandaag wilden we ongeveer 750 km rijden en gezien onze ervaringen met de wegen van het midden-Oosten hadden we zo’n vermoeden dat we daar wel even tijd voor nodig zouden hebben. Het eerste stuk van de rit kwam ons vermoeden ook daadwerkelijk uit. Veel gaten, kuilen en gewoon algeheel slechte wegen. Gelukkig was de benzine hier niet zo heel duur en konden we soms zelfs A-95 tanken, in plaats van de A-83 die we soms hadden moeten tanken. Van Shymkent zijn we doorgereden naar Almaty, met continu aan onze rechterhand de grens met Kyrgizië en vervolgens China. Het was een apart gevoel om te weten dat China zo dicht bij was, aan de andere kant van de heuvel lag een land waarvan je echt dacht dat het de andere kant van de wereld was.

Na een korte stop in Almaty waar we hebben overnacht zijn we snel richting het Noorden gereden, naar Oskemen. Vanwege de grote afstand besloten we om maar gewoon door te blijven rijden totdat de schemering in begon te zetten en daarna onze tentjes op te zetten ergens in het veld. Dat bleek toch nog wel lastiger dan we in eerste instantie hadden gedacht. Juist vanwege de openheid van Kazachstan kon je nergens even je tentje opzetten zonder dat iemand het bij wijze van spreken aan de andere kant van het land je had gezien. Gelukkig kwamen we per toeval een oude steengroeve tegen midden op de steppe en zijn we even cross country gegaan om daar onze tentjes op te zetten. Het was een mooie avond, de tentjes onder een sterrenhemel, de instant army noodles en een kop warme chocomel (ook instant uiteraard) en goed gelachen met elkaar, dat waren momenten die de rally maakten zoals het was. De volgende dag hebben we even ontbeten, met instant army havermout dit keer en instant appelvlokken. De eerste was prima te eten en was zelfs erg lekker de tweede was alsof je lauwe appelmoes naar binnen probeerde te werken en hebben we dus ook maar snel weggedaan. Daarna hebben we snel alles weer ingepakt en zijn we verder op weg gegaan richting Semey. Dat was nog zo’n 550 kilometer rijden, maar dan stonden we wel vlakbij de grens met Rusland en weer een stap dichterbij ons doel.

De wegen van het laatste stuk waren weer ontzettend slecht, met veel gaten en scheuren in het asfalt. Maar we hebben het die dag gered, tegen het vallen van de avond rond een uur of half vijf reden we de stad binnen. Eenmaal in Semey moesten we natuurlijk nog een hotel vinden en we hadden er al wel eentje uitgezocht in de lonely planet. Nu moesten we het nog zien te vinden. Uiteindelijk hebben we een taxi gevolgd richting het hotel, dwars door de stad want Semey is behoorlijk groot. En ondanks dat het hotel redelijk goed stond aangeschreven in de lonely planet leek het van buiten onderdeel van een oud-sovjet treinstation. Van binnen was het eigenlijk ook niet beter, je kocht als het ware je ticket bij een man achter een stuk glas en kreeg vervolgens je sleutel. Vervolgens kon je met de lift naar de verdieping waar je kamer was, maar die lift was absoluut niet betrouwbaar. Het rammelde en schommelde en de deuren ging zelfs open terwijl de lift nog niet eens helemaal op de verdieping gestopt was. Dat was een ervaring die je ook niet snel zal vergeten. Hoe oud en vergaan het hotel er van buiten uitzag, de kamers op zich waren best netjes. Dikke matrassen met kleurrijk overtrek er op deed vermoeden dat het inderdaad een aardig goed hotel was, naar de omstandigheden. Bij nadere inspectie bleek echter dat de infrastructuur van het hotel niet om over naar huis te schrijven was, de sponningen van de ramen waren aan het wegrotten terwijl je er naar keek en we vroegen ons af hoe het glas er nog in bleef hangen. Het uitzich was dan wel weer typisch, grote beelden van Russische leiders met op de achtergrond tanks als standbeelden. Na al onze spullen op de kamer te hebben gezet zijn we met de Australiërs even de stad in geweest om ergens een hapje te gaan eten. Morgen stond Rusland op het programma en moesten we Kazachstan nog uit zien te komen. Al met al hadden we het vermoeden dat dit nog wel wat werk om handen zou hebben…

Posted in Uncategorized | Comments Off

The stans continue – op naar Oezbekistan!

Turkmenistan was een bijzonder land, van de poorten naar de hel die blijkbaar in de woestijn van Ashgabat liggen naar het niet kunnen gebruik maken van een pinpas, telefoon of welke vorm van communicatie naar de buitenwereld toe was het tijd om naar de volgende –stan te gaan: Oezbekistan here we come!

Na het bezoeken van Turkmenistan, wat een mooi maar toch ook wel apart land is om in rond te rijden, was het tijd voor Oezbekistan. Het land binnenkomen bleek niet echt een probleem te zijn. Natuurlijk werd er weer het nodige gecontroleerd en moesten er her en der wat spullen uit de auto gehaald worden maar met een beetje vriendelijk praten en het uitdelen van dropjes kom je een heel eind. We waren blij om Oezbekistan in te rijden en wat meer richting het noorden te gaan. Ondanks dat Turkmenistan een mooi land is, was het er ook gortdroog en eigenlijk één grote zandbak. We konden het direct merken dat we meer richting het noorden gingen, de landschappen werden groener en groener, er kwamen meer bomen en struiken en het klimaat werd ook iets aangenamer. De 50+ temperaturen van Turkmenistan zullen we niet zo heel snel missen. De mensen in Oezbekistan waren wederom bijzonder vriendelijk, althans over het algemeen. De eerste stop was Buxoro, één van de grootste steden direct na de grens. Omdat het toch alweer wat later was besloten we hier een plek te zoeken om te overnachten en wat te gaan eten. Hier namen we ook afscheid van de Amerikaanse vrouw die met ons en de Australiërs mee had gereisd door Turkmenistan. Zij ging nu haar eigen vakantie verder vieren. Na een tijdje zoeken met een bijna lege benzinetank hadden we toch eindelijk een plekje gevonden, een behoorlijk groot hotel/hostel met prima kamers en een wirwar van gangen, je moest namelijk eerst door een fitnesszaal en over een sort extreem hoogpolig tapijt voordat je daadwerkelijk bij je kamer kon komen. De auto’s konden we gelukkig ook achter een hek zetten dus dat was weer een zorg minder. De kosten vielen nog mee, 50 dollar per kamer per nacht. Dollars zijn erg welkom in deze landen, omdat ze een stuk waardevaster zijn dan de eigen valuta. De Oezbekistaanse SUM is ook iets minder waard dan de dollar. Om een voorbeeld te geven, na het eten van een stuk overheerlijke kip, met genoeg brood voor een weeshuis, 3 flessen drinken en wat salade moesten we een kleine 60.000 SUM afrekenen (ongeveer 17 dollar). De volgende dag wilden we een redelijk stuk afleggen naar Samarqand dus we wilden het niet al te laat maken. Terug in het hotel hebben we nog even zoals avonturiers dat betaamt met een fles Strong Drink die nog over was van Azerbeidzjan de kaarten allemaal op de grond uitgespreid om de route richting Kazachstan te bepalen. Na een paar glaasjes en een hoop gelach was het tijd om het bed op te zoeken. Morgen weer een dag. De volgende dag kwamen we ergens achter dat we niet snel zouden vergeten. Wanneer je een prijs afspreekt, moet je gelijk aftikken want de prijzen kunnen zomaar veranderen. Achter de toonbank stond een jochie (dezelfde als de dag dat we aankwamen) die besloten had de volgende dag dat de prijzen niet meer 50 dollar per kamer was maar 100 dollar, want we hadden er tenslotte met 2 personen geslapen. Dit was enigszins vreemd, niet te minder omdat we de dag ervoor 50 hadden afgesproken maar vooral omdat de Australiërs net hadden afgerekend voor de afgesproken 50 dollar. Het werd helemaal vervelend toen de beste jongen onze paspoorten niet af wilde geven. Na een flinke discussie heen en weer en veel afdingen en het inhouden van verwensingen zowel verbaal als fysiek hebben we het toch voor elkaar gekregen om onze paspoorten terug te krijgen en de auto’s achter het hek vandaan te krijgen. De Buxoro-bastard zullen we niet zo snel vergeten. Afijn, niet al te lang over nadenken en snel op zoek naar een benzinestation. Dat was nog best een uitdaging, maar gelukkig is het uiteindelijk gelukt. Met een volle tank en volle jerrycans gingen we op weg. Op naar Samarqand waar we die nacht wilden overnachten en eens de cultuur van Oezbekistan wilden gaan bekijken. Deze plaats was namelijk één van de hoofdsteden langs de zijderoute, met het Registan als bolwerk van marktjes voor de handel. Eerst moesten we er nog zien te komen. Gelukkig waren de wegen hier in Oezbekistan duidelijk beter dan in Turkmenistan dus dat ging voorspoeding. Helaas had de Suzuki toch wel te lijden gehad onder het gehobbel en gestuiter over de wasborden, al was het niet zozeer de Suzuki die een probleem veroorzaakte maar meer de dakdrager bovenop. Deze was aan de zware kant, wat we ons wel hadden gerealiseerd maar hij begon nu toch aardig door het dak heen te komen. Rondom op de daklijsten waren de randen gescheurd en begon de dakdrager er door heen te duwen. Het zou niet lang meer duren voordat de dakdrager letterlijk op het dak zou liggen dus we besloten om de dakdrager ergens te dumpen. Nu hadden we hem langs de kant van de weg kunnen gooien, daar lag wel meer zullen we maar zeggen, maar we hadden een beter idee. Langs de weg zijn we gestopt bij een pomp en terwijl de Australiërs hun diesel bijvulden begonnen wij met het sleutelen om de dakdrager er netjes af te krijgen. De eigenaar van het pompstation had er wel interesse in maar had blijkbaar geen geld om het te kunnen betalen. Hij begreep dan ook niet in eerste instantie dat we de drager gewoon wilden geven aan de beste man, na veel uitleg en met handen en voeten konden we het toch duidelijk maken en wilde hij het drager wel hebben. Maar niet voor niets natuurlijk, want dat kon niet. Dus we hebben de dakdrager geruild voor een meloen en een fles Fanta. Zo waren we allemaal blij en konden we weer op weg. Gelukkig duurde de rit vandaag niet bijzonder lang en tegen het vallen van de avond kwamen we aan in Samarqand. Het duurde ook niet lang voordat we een prima hotel hadden gevonden, waar zo’n lonely planet al wel niet goed voor is. Aan restaurantjes en taxi’s was ook geen gebrek, het is een behoorlijke grote stad. We hadden onze spullen even weggelegd en ons even opgefrist en zijn toen snel de stad in gegaan, we gingen eerst maar eens een restaurant opzoeken want we hadden aardig honger. We hadden de lonely planet er nog maar eens bijgepakt en al snel hadden we iets gevonden da tons wel een goed idee leek. Een Italiaans restaurant op loopafstand, dat klonk goed. Het was even zoeken maar uiteindelijk vonden we het, een klein restaurantje met een paar tafels maar een mooie bovenverdieping met twee tafeltjes waar wij mochten zitten. Terwijl we gingen zitten zagen we een kerel die net opstond van zijn tafeltje en die er niet uitzag alsof hij uit Oezbekistan kwam. Ons voorgevoel klopte, hij was namelijk een Deen die hier op vakantie was. Blij om eens met iemand fatsoenlijk Engels te kunnen praten vroegen we of hij er soms bij wilde zitten om een biertje te drinken. Dat was het begin van een avond die we allemaal niet snel zouden vergeten, althans de delen die we überhaupt konden herinneren. Na het eten van een erg goede pizza met een paar biertjes erbij wilden we namelijk nog even ergens rustig gaan zitten om wat te drinken. We vonden een soort van bluesbar die in de lonely planet goed aangeschreven stond maar waar het niet heel erg druk was. Afijn, we waren er toch. We begonnen zoals de traditie in deze landen hoort, namelijk met een fles wodka. Het duurde niet zo lang of de tweede fles wodka kwam ook op tafel. Toen we op een gegeven moment mischien iets anders wilde drinken kwamen we er achter dat er eigenlijk niets anders te drinken was dan wodka en Mike Tyson Energy drink, er was werkelijk waar niets anders. De flessen achter de bar waren allemaal leeg. Na het einde van de avond wisten we in ieder geval één ding, wodka is niet goed voor je. De volgende dag voelden we daar allemaal de gevolgen van en de slaap van die nacht hadden we dan ook hard nodig. De volgende dag wilden we toch wel wat van de omgeving zien, vooral van Registan, één van de grootste handelsposten van de zijderoute. Edwin en John besloten om alvast ‘s ochtends te gaan, terwijl Arnoud en Ben nog in bed lagen. Er waren taxi’s genoeg dus we waren er ook snel genoeg. Registan is ontzettend mooi, enorme gebouwen, vol met mozaïken van de prachtigste kleuren, overal gangetjes en pleintjes waar mensen souvenirs proberen te verkopen aan iedereen die maar wil luisteren. Het leuke is dat je bij dit soort kramen ook altijd flink kunt afdingen. Na een tijdje te hebben rondgelopen, foto’s te hebben gemaakt en lasting te zijn gevallen door iedereen die onze gids wel wilde zijn werd het tijd om souvenirs te kopen. We hebben een aantal leuke dingen gekocht, zo kwamen we thuis met pruiken gemaakt van kamelenwol, Aladinslippers gemaakt van kamelenwol en een aantal mooie sjaaltjes van zijde en houten voorwerpen. De pruiken deden we maar gelijk op want volgens de verkoper konden we ze ook gebruiken tegen de zon, dat moesten we natuurlijk even uitproberen. We kwamen er achter dat terwijl we de pruiken op hadden mensen dachten dat we filmsterren waren en iedereen wilde met ons op de foto, wat nogal wat tijd in beslag nam voordat we weer richting het hotel konden gaan. Eerst nog even eten in een klein restaurantje bij het Registan waar we aan een tafel op grondniveau moesten gaan zitten en waar we een goede lunch met een kop thee hebben gehad. Daarna snel naar het hotel om het bed maar weer eens op te zoeken. Tegen die tijd waren de andere ook weer wakker geworden en besloot Arnoud om Registan bij avond nog even te gaan bekijken. De volgende dag was het weer tijd om de auto eens even een beetje fatsoenlijk in te pakken, een beetje schoon te maken en op weg te gaan. De volgende stop was in Tashkent waar we de grens over wilden gaan richting Kazachstan, op naar de volgende stan!

Posted in Uncategorized | Comments Off

Van Russische experimenten tot de restanten van de zijderoute

Na heel veel formulieren waren we dan eindelijk Turkmenistan binnengekomen. De Caspische zee konden we achter ons laten en Centraal Azië was op ons aan het wachten, woestijnen, de zijde route en Mongolië, here we come! 

Omdat er nu niet heel veel druk meer achter zat om ergens een boot te halen of zo snel mogelijk een grens over te gaan konden we het nu wat rustiger aan doen. En dat hadden we ook wel een beetje verdiend. Het hotel was prima, ‘s ochtends een lekker Engels ontbijtje voor een paar dollar dat goed naar binnen ging een goede bak koffie er bij en daar gingen we weer. Eerst moest de auto maar eens goed uitgepakt en opnieuw ingepakt worden. Na anderhalve week was er van onze secure inpakactie weinig meer overgebleven, maar ach, who needs rear view vision anyway? Na alles netjes opnieuw ingepakt te hebben, alles weer bijgevuld te hebben zoals water zijn we weer op pad gegaan. De Australiërs waren verplicht om een tour door het land te doen om hun visa te krijgen dus die gingen alvast op pad met een gids. Wij volgden hun min of meer door het land maar reden samen met een stel Engelse jongens die we bij de grens waren tegen gekomen. De wegen in Turkmenistan waren van een compleet ander spectrum dan dat we toch nog toe tegen waren gekomen. Werkelijk waar – daar is niets mee te vergelijken. Later zouden we leren dat zelfs de dirt roads in Mongolië beter waren dan dit. In Turkmenistan zaten overal gaten in de weg, van grens tot grens was het eigenlijk één groot wasbord waardoor alles zo’n beetje los getrild werd, inclusief de boxjes in de auto en het was heet, heel erg heet. Temperaturen van tegen de vijftig graden waren hier niet ongewoon en soms kon je beter je raampje dicht laten, ondanks dat we geen airco hadden omdat het voelde alsof je je hoofd in een hete lucht oven stopte. Maar nu we de minpunten hebben opgenoemd is het ook wel nodig om de positieve punten te benoemen. Turkmenistan is een ontzettend bijzonder land, toegegeven zodra je binnenkomt voel je je niet echt heel welkom, gezien je het netwerk niet op mag met je mobiele telefoon, je nergens mag pinnen en communicatie erg problematisch is. Maar daar staat tegenover dat het erg mooie vergezichten heeft, de mensen wel vriendelijk zijn, er hele bijzondere landschappen te vinden zijn en dat hoe meer je naar het Oosten rijdt en langs de zijde route gaat je zelfs wat cultuur kan vinden. Die cultuur gaat toch al een behoorlijk stuk terug, zo’n beetje naar de 15e eeuw. Voordat je daar bent moet je echter nog wel anderhalve woestijn door rijden. De wegen waren hier zo slecht dat we zelfs in een 4×4 over een stuk van pak hem beet 300 kilometer zo’n 11 uur gedaan hebben. Dat waren erg lange dagen. We spraken met de Australiërs af in welke steden we zouden overnachten en gingen dan ‘s avonds weer even met elkaar een hapje eten. In principe loopt er één lange weg door Turkmenistan heen, de M37 en die moet je helemaal afrijden naar de grens, via Ashgabat en Mary plaatsen van een redelijke omvang. In totaal hebben we zo’n 2 dagen gedaan om door Turkmenistan te komen. Ashgabat is een plaats die voor toeristen ook nog wel het een en ander te bieden heeft. Weliswaar hangt er overal een foto of poster van de president maar er zijn ook erg veel mooie gebouwen, een dag er vertoeven en uitrusten was een goed idee.

Verreweg het meest bijzondere en mooie van Turkmenistan en misschien wel van de hele rally waren de kraters in Turkmenistan, de zogenaamde “Gates of Hell” van Darvaza in de Karakumwoestijn. Drie kraters die in de jaren zeventig door de Russen in het toenmalige Sovjet-Unie gemaakt waren. De Russen waren waarschijnlijk zoals gewoonlijk weer eens op zoek naar olie maar hebben dat niet gevonden. Na het maken van drie gigantische kuilen midden in de woestijn, waarvan ééntje een met aardgas gevulde grot te zijn die door de boringen ingestort was hadden ze water, modder en dus aardgas gevonden.  Iemand was op het lumineuze idee gekomen om het gas aan te steken zodat het snel op zou zijn, het wordt echter gevoed door een gasveld wat er onder ligt met als resultaat dat het nu na zo’n 40 jaar nog steeds aan het branden is. Het is wel een erg bijzonder gezicht, een krater van zo’n 20 meter die en 60 meter breed  die geheel in de fik staat. Je kon niet eens dicht in de buurt komen, zo heet was het. Natuurlijk konden we er wel een aantal ontzettend gave foto’s maken, van de kraters maar ook van de woestijn. Om bij de kraters te komen moesten we namelijk zo’n drie uur met een gids in een 4×4 rijden om er überhaupt te kunnen komen, al met al echt een ervaring die je niet wilt missen mocht je ooit naar Turkmenistan gaan. De laatste stop die we hadden voor de grens was Turkmenabat. Hier was nog een museum wat we wel even wilde bekijken. Mocht iemand na het lezen van deze verhalen ook op het idee komen om zo’n rally te doen, neem dan Lonely Planets mee van elk land waar je door heen wilt gaan, dat levert je veel handige en leuke dingen op! Zo ook dit museum, nou ja museum is misschien niet helemaal het goede woord. Het waren de overblijfselen van wat ooit een grote handelspost was langs de zijde route. Je mocht dan ook met je auto naar binnen want de gebouwen lagen nogal op wat afstand van elkaar. Het is toch wel bijzonder om van die enorme gebouwen te zien die aan elkaar geplakt zijn zonder het gebruik van cement en om je dan ineens te realiseren dat dit wel even gebouwen zijn van zo’n 400 jaar oud. Het was erg mooi om te zien allemaal, maar de grens met Oezbekistan was op ons aan het wachten. Dus daar gingen we weer. De weg naar de grens hadden we snel genoeg gevonden, maar dat bleek een erg lange weg te zijn. Eerst moesten we natuurlijk allerlei controleposten door. Gelukkig hadden we de stapel papieren die we bij het binnenkomen hadden gekregen goed bewaard want die bleken we nu toch echt wel weer nodig te hebben. Er werd weer een hoop gecontroleerd en bij een hokje wilde de beste man ook graag een souvenir hebben, hij had namelijk van alle rally wagens die langs waren gekomen al wel iets gekregen. Dus hebben wij hem ook maar wat gegeven, daar wordt het proces wel zo makkelijk van. Eenmaal bij de grenspost aangekomen  waren we het land vrij snel uit, er werden een aantal dingen gecontroleerd maar het allemaal niet zo moeilijk. Voor de locals was dat soms wel een ander verhaal. Een vrouw die blijkbaar allerlei kleren mee wilde nemen in boodschappentassen ging compleet door het lint toen er wat tegen haar gezegd werd, misschien mocht ze het niet meenemen, geen idee. Dat was wel apart om te zien, het zijn dit soort dingen die jouw problemen dan weer even in perspectief zet. Afijn, op naar Oezbekistan. We moesten eerst nog weer even een stuk niemandsland door waar we de auto even bijgevuld hebben uit de jerrycan maar daar waren we bij de grens. Natuurlijk moest er hier ook weer een routine uitgevoerd worden om door te mogen. Op een gegeven moment begin je het door te krijgen en wordt het een proces waar je doorheen moet, belangrijk is om altijd te blijven lachen. Dat heeft hier ook goed geholpen en we waren redelijk snel Oezbekistan binnen. Op naar Buxoro!

Posted in Uncategorized | Comments Off

Mongol Rally 2012 Facts

Ook al zijn we al weer enige tijd terug, het is toch leuk om te weten wat nou de Facts van de Mongol Rally 2012 zijn. Hoeveel teams deden ermee, hoeveel auto`s, statistieken en allerlei overbodige informatie die totaal geen toegevoegde waarde aan je leven geeft, maar toch leuk is om eens door te lezen….Al was het alleen maar om het nog eens dunnetjes her te beleven of om te besluiten dat het toch maar eens tijd wordt om zelf ook mee te doen……Enjoy Motoring Stupidity on a Global Scale.

Mongol Rally 2012 Facts & Stats

Posted in Uncategorized | Comments Off

Van de Caspische zee in de drup…

Na vijf dagen van vroeg opstaan, veel kilometers maken en weinig van de landen te kunnen genieten waar we doorheen reden hadden we het gered. We zaten op de boot naar Turkmenistan en gingen richting Centraal Azië, maar daar waren we nog niet, nog lang niet…

Het was ons dus eindelijk gelukt om de boot te halen in Azerbeidzjan, het doel dat we  voor ons zelf hadden gesteld in de eerste paar dagen hadden we gehaald. Het was op het laatste nippertje, de verzekering van onze auto hield namelijk op woensdag om 18:01 op (ja, die geven ze uit tot op de minuut) en we redden de boot op rond half zes. Met minder dan een half uur speling had het goed uitgepakt en waren we officieel in niemandsland, tussen Azerbeidzjan en Turkmenistan in, op de boot die ons de Caspische zee over zou gaan brengen. De boot zelf was zoals we verwacht hadden. Een grote roestbak, waar ze nu weer zwart over heen hadden geschilderd zodat het niet zo op zou vallen met heel veel niets. We moesten ons paspoort inleveren het moment dat we de boot op moesten in de hoop dat we deze natuurlijk weer terug zouden krijgen. De fles strong drink ging open en ondanks de hitte op het vaste land werd het redelijk dragelijk toen we de Caspische zee op gingen. Met niks anders dan een slaapzak op het dek in slaap vallen onder de sterren terwijl je weet dat één van  de grootste hordes in ons geval genomen was gaf toch wel een goed gevoel. De volgende dag met zonsopgang werd het gelijk weer een stuk heter en begon iedereen de weinige schaduw aan boord van het schip te zoeken. Omdat we de vorige avond pas rond een uur of 23.00 waren vertrokken leek het alsof we al een heel eind hadden gevaren, wat op zich natuurlijk ook wel zo was, maar we moesten nog veel verder. In de tussentijd is Edwin met één van de Australiërs op een zoektocht naar de auto’s gegaan om wat eten te halen. Het was namelijk niet de bedoeling om naar het ruim te gaan, maar we kregen toch wel erg veel honger en we wisten dat we nog noodels hadden achter in de auto. Zo gezegd zo gedaan, de hoofdlamp ging mee en het was zoeken naar een deur of een luik. Toevallig kwamen we achter aan het schip een luik tegen wat naar beneden leek te gaan. Op goed geluk zijn we naar binnen gegaan en via allerlei trappen kwamen we uiteindelijk in de machinekamer terecht. Vanaf de machinekamer konden we weer een ander luik nemen waarmee we uiteindelijk bij de auto’s terecht kwamen. Daar hebben we snel wat eten en drinken gepakt en zijn weer snel naar boven gegaan. Het leek wel alsof je in een James Bond film terecht was gekomen en je in de duikboot van de vijand op zoek was naar de bad guy. Eenmaal terug zijn we aan het koken geslagen, dat wil zeggen de noodles werden opgewarmd en we konden eten. Tegen een uur of zes kwamen we eindelijk dichterbij Turkmenistan. We hadden het al een tijdje zien liggen, maar nu kwamen we toch echt zo dichtbij dat we alleen nog een klein schiereilandje hoefden te passeren voordat we aan zouden meren. Helaas was dat een beetje te vroeg gejuicht, blijkbaar stond er een briesje en omdat we geen boegschroeven hadden op onze ark konden we nog niet aanmeren. Uiteindelijk hebben we nog zo’n 5 uur moeten wachten in de brandende zon voordat we eindelijk aan konden meren. Niemand wist goed wat de bedoeling was, maar wanneer je een man de kade op ziet lopen met een zak vol paspoorten weet je wel hoe laat het is. Dat betekend snel je spullen paken en achter de beste man aan gaan. Zo gezegd zo gedaan en onze paspoorten kregen we gelukkig vrij snel terug. Uiteraard was het daar nog niet mee gedaan, we waren officieel namelijk nog niet het land in, daarvoor moesten we eerst weer langs de douane. Eerst mochten alle locals natuurlijk en konden wij als buitenlanders even rustig gaan wachten.

 

Dat rustig wachten namen ze erg letterlijk – namelijk zo’n zes uur. Uiteindelijk mochten we pas tegen een uur of 11 ‘s avonds het mysterieuze gebouwtje naar binnen waar we de hele avond al mensen in en uit hadden zien gaan. Eenmaal binnen begon het feest. We zagen veel mensen in uniform die er erg belangrijk uitzagen of althans hun best deden er belangrijk uit te zien, overal lagen ontzettend veel formuliertjes en als kerst op de taart: alles, maar dan ook alles was in het Russisch. Feest. Na erg veel proberen uit te vogelen, veel samenwerken met de andere teams die ook Turkmenistan probeerden binnen te komen (gelukkig zat er ook een Rus bij die veel kon vertalen) kregen we op een gegeven moment in de gaten wat de bedoeling was. Je moest van hokje naar hokje, met een stapel formulieren en overal kreeg je weer een nieuw stempeltje om te laten zien. Voor de mensen achter de balie zal dit ook wel even schrikken zijn geweest, dat er ineens 20 buitenlanders hun land probeert in te komen om 01:00 ‘s nachts maar dat lieten ze gelukkig niet merken. Sommigen probeerden toch wel een praatje te maken en in één van de hokjes wisten ze zelfs wat feitjes over het Nederlandse voetbal op te rakelen wat ons wat drinken en een stuk brood met worst opleverde. Zo zie je maar weer, je weet nooit waar een beetje kennis van sport nog bij van pas kan komen. Na het bezoeken van 17 verschillende hokjes, met een stapel papieren in je hand waar ten minste één boom in het Amazonegebied voor heeft moeten sneuvelen en het afhouden van tieners in militaire uniformen die je proberen wijs te maken dat je toch echt niet dat gebouwtje in mag waar de man uit het andere hokje je net naar toe verwezen had was het ons toch gelukt. We hadden de nodige stempels en de laatste man vertelde ons dat we naar de auto mochten voor inspectie. Wij gelijk naar buiten en de auto opgehaald om hem op de brug te rijden zodat hij van alle kanten bekeken kon worden. Er stonden zo’n 5 militairen omheen die van alles en nog wat bekeken maar uiteindelijk mochten we doorrijden. Toen we bij het hek aankwamen moesten we nog een papiertje laten zien, maar natuurlijk hadden we geen flauw benul welk papiertje dat moest zijn dus gaven we maar de hele stapel. Nou dat was gelijk weer een probleem, want het betreffende papiertje zat er natuurlijk weer niet tussen. In één van de hokjes hadden we 5 Manat  moeten betalen (Turkmeense valuta) voor een bonnetje, wij hadden uiteraard geen manats aangezien we het hele land nog niet binnen waren geweest dus de vrouw wuifde ons weg waarop wij dachten dat het wel prima was. Helaas. Gelukkig was de man bij het hek de beroerdste niet en nadat we even mee waren gelopen konden we wel even wisselen bij hem tegen de meest beroerde exchange rate om toch dat bonnetje te krijgen. Na 6 uur lang stempels halen, papieren afgeven, nieuwe papieren krijgen, keer op keer je naam in een soort groot boek van Sinterklaas geschreven te hebben ter registratie was het dan eindelijk zover. We mochten het hek door! Het was nu zo’n 4 uur ‘s nachts en samen met een ander team probeerden we zo snel mogelijk een hotel te vinden, hetzelfde hotel waarvan we wisten dat onze Australische maten zaten. Gelukkig hadden ze ook nog een kamer en waren ze nog open rond half vijf ‘s nachts zodat we tenminste even fatsoenlijk wat nachtrust konden pakken. Eind goed al goed, we waren de Caspische Zee over, we hadden Azerbeidzjan achter ons gelaten en waren nu toch echt in Centraal Azië belandt…

Posted in Uncategorized | Comments Off

De race naar Azerbeidzjan deel 3: De boot in Baku

Het was ons gelukt om op tijd in Azerbeidzjan aan te komen. Nu begon de spanning toch wel wat toe te nemen… Zouden we op tijd genoeg zijn om de boot te halen? Zou de boot wel op tijd gaan voordat ons visum verliep? Vragen waar we de komende paar dagen een antwoord op gingen krijgen…

Nadat we wakker waren geworden in het eerst de beste road-side motel van Azerbeidzjan moesten we eerst maar eens zorgen dat we in Baku aan zouden komen. Onze routine begon aardig vertrouwd te raken, vroeg opstaan en om een uur of 7 in de auto stappen om zoveel mogelijk kilometer af te kunnen leggen. Azerbeidzjan was niet erg moeilijk om in te navigeren. Je hebt eigenlijk de keuze van twee à drie grote wegen die allemaal zo’n beetje naar de Kaspische zee leiden en Baku staat al vrij snel aangegeven op de borden. Onderweg gebeurde er niet zo gek veel, afgezien van een aantal stalletjes langs de kant van de weg, ezels en toch ook wel een erg naar ongeluk tussen een lada en een vrachtwagen met bakstenen (met als resultaat een halve lada – not nice). Tegen de middag kwamen we in Baku aan, gek genoeg was het laatste stuk nog wel het lastigste. Om de één of andere reden besloten ze om ongeveer 30 kilometer voor Baku op te houden met het gebruiken van bordjes. We hadden dus geen idee welke afslag we moesten hebben. Op goed geluk zijn we maar een afrit in gereden, eentje waar niet iemand achteruit uit kwam rijden, want ook dat was volkomen normaal hier. Maar we waren in ieder geval in Baku! In de stad was het even zoeken en met behulp van een lonely planet kwamen we al een heel eind. Door alle één richting verkeerswegen was het vinden van de haven alleen nog wel een uitdaging, maar na het in ons beste Russisch gevraagd te hebben aan een local waren we stom verbaasd dat de beste man prima Engels sprak en ons gelijk aanbood even naar de haven te begeleiden door in zijn eigen auto voor te rijden. Dat was maar goed ook, want overal in de stad waren ze bezig met de weg waardoor het een nog grotere chaos was. Hij heeft ons keurig in de haven afgezet waarop we hem een zak drop hebben gegeven. Nu moesten we de juiste boot vinden. Het gebouw van de haven zag er op zich prima uit, vrij netjes en het gaf in eerste instantie goede hoop. We gingen naar de balie en toevallig stond er een Australiër voor ons in de rij die exact dezelfde vraag had: “Gaat er een boot naar Turkmenistan?”. We kregen te horen dat we bij de verkeerde have stonden blijkbaar maar als we iets verder op liepen en zochten naar een wit huisje met een rood raam dan zouden we het vinden. Onderweg ben je in zulke situaties gelijk goede vrienden op het moment dat je hetzelfde probleem hebt, dus met z’n drieën gingen we op zoek. Na veel rondlopen en zoeken kwamen eindelijk aan bij iets dat op een haven leek, met een poortje en mannen in uniform, dat moest wel kloppen. Maar helaas, na ongeveer 15 minuten argwanend aangekeken te worden door de douaniers en rondgelopen te hebben, vragen waar we de tickets konden kopen voor onze auto’s bleek dat we toch weer niet op de goede plek zaten. We moesten terug lopen naar voren en daar zoeken iemand de Marvin heette, althans dat is wat wij er van maakten. Dus terug naar voren en inderdaad, daar stond een wit huisje, maar het was blijkbaar lunchtijd dus er was niemand. Er zat niets anders op dan te wachten totdat Marvin terug kwam. Na ongeveer 15 minuten kwam Marvin terug, maar het was niet wat we verwachtte, Marvin was namelijk een oude kleine vrouw van achter in de 60. Met veel handgebaren en wederom “The Ultimate book of Russian Translation” kwamen we er achter dat we toch echt weer verkeerd zaten. Dit was alleen maar de passagiers opstap en niet voor auto’s. Maar ze krabbelde wat op een briefje en maakte ons duidelijk dat als we dat aan een taxi lieten zien (lees: een willekeurige voorbijgangen, want iedereen is een in principe een taxi). Dus wij liepen maar weer terug naar de grote weg. Toen we er bijna waren stopte er in eens een Ford Transit bus naast ons met twee absoluut niet als locals uitziende mensen er in, het bleken ook Australiërs te zijn en zij waren ook op weg naar de haven dus of we met ze mee wilde rijden. Dat was nog eens een stom toeval. We kregen te horen dat zij er al een aantal dagen waren en dus ook daar schaamte en schande er achter waren gekomen waar de goede haven was. Ze hadden ook een Amerikaanse vrouw ontmoet die op weg was naar Turkmenistan en die had weer iemand leren kennen in het hostel, een local genaamd Ishmael die ons wel wilde helpen met de boot. Toch wel handig om iemand er bij te hebben die de taal spreekt en weet hoe het systeem werkt. De verhalen die op het internet stonden bleken toch wel echt waar te zijn. Wanneer de boot vertrekt, hoeveel het kost en bij wie je moet zijn is allemaal geen peil op te trekken. Laten we zeggen dat we genoeg tijd hebben gehad om de Australiërs, John, Ben van de Ford en Sam die we al eerder hadden ontmoet te leren kennen. John en Ben bleken ook mee te doen aan een rally naar Mongolië. Sam werkte als ingenieur in de mijnbouw en was net naar Mongolië geëmigreerd, als vakantie had hij nu een auto gekocht in Duitsland en was deze aan het terugrijden naar Mongolië. De dag was vrij snel voorbij, zelfs al hadden we niet zo veel te doen en liep het tegen de 50 graden aan buiten in de zon. Bij de haven was er niet zo veel om te schuilen dus dat was redelijk afzien. We kregen uiteindelijk te horen dat de boot vandaag niet zou gaan, maar zeker weten morgen. Dat was iets dat ons nog lang zou bij blijven: 80% chance today, but a 100% chance tomorrow. Dat hebben we namelijk drie dagen lang gehoord, drie dagen van wachten bij de haven, hopend dat de boot zou gaan. In de tussentijd sliepen we in een 5 sterren restaurant in Baku, The Golden Coast vlakbij de haven en hebben we een beetje in de stad rondgekeken. In de tussentijd waren er ook een aantal andere teams aangekomen die allemaal de boot wilden hebben. Het was leuk om na al die tijd wat meer gezichten te zien en te horen wat zij allemaal meegemaakt hadden. Gelukkig kregen we de tweede dag van wachten dan toch eindelijk wel wat goede hoop. Iemand kwam de auto opmeten en de papieren bekijken, misschien zouden we wel gaan! Maar nee, dat zou nog een dag duren. De derde dag mochten we eindelijk door het hek rijden waar we al die tijd voor hadden staan te wachten, de haven op. Dat was maar goed ook, want die avond verliep de verzekering van de auto die we bij de grens af hadden moeten sluiten. Om de een of andere reden verliep die namelijk een dag eerder dan ons visum. Eenmaal binnen het hek was het natuurlijk nog niet klaar, want daar moesten we nog door de customs inspection. Wat inhield dat de paspoorten nog een keer gecontroleerd moesten worden en nog een keer, en er moesten foto’s gemaakt worden enzovoorts. Omdat de regering net wat regels veranderd had was dat voor sommigen nogal een probleem – een uitnodigingsbrief van de overheid van Turkmenistan was niet meer genoeg, je moest echt een visum hebben. De meesten hadden dit al wel, maar voor een enkeling was het toch een jammer maar helaas, ga eerst maar terug naar het consulaat om een visum te halen. En dan kun je dus ook weer wachten op de boot… Gelukkig was dat voor ons niet het geval. We moesten wel een behoorlijke tijd wachten voordat we aan de beurt waren, maar gelukkig konden we even snel tussen een aantal “probleem gevallen” door en konden we richting de boot. De auto’s waren in de tussentijd al in de krochten van het schip gezet dus we hoefden alleen nog maar de boot op te lopen en een plekje op het dek te zoeken. Het schip was niet veel meer dan een stuk staal waar hokjes in gemaakt waren en dat dreef. Daar was ook zo’n beetje alles mee gezegd. We kregen wel een kamer toegewezen, maar daar wilde je niet in gevonden worden dus we hebben voornamelijk op het dek gezeten. Ondanks dat we nu op de boot zaten duurde het nog ongeveer 5 uur voordat we daadwerkelijk begonnen met de oversteek. Eerst moest er nog langs andere havens gegaan worden, dezelfde als waar we eerder stonden te zoeken om nog mensen op te pikken en pas tegen het donker vertrokken we richting Turkmenistan. Gelukkig koelde het aardig af toen de zon eenmaal onder was. In de tussentijd waren de Australiërs al gelijk goede vrienden van ons geworden en hebben we flink wat afgelachen. De reis zou ergens tussen de 20 en 30 uur duren dus we hadden nog wel wat tijd voor de boeg. Met een fles “strong drink” (later gebruikt als ruitenwisservloeistof) en een paar zelf meegenomen stoeltjes hebben we ons vermaakt op het dek om uiteindelijk in slaap te vallen onder de sterren.

Posted in Uncategorized | Comments Off

De race naar Azerbeidzjan deel 2: Turkije, Georgië en Azerbeidzjan

Van een camping ergens achteraf in Bulgarije gerund door een Engelsman via een kleine omweg door Griekenland het volgende land van de lijst  binnenkomen, Turkije. Nog maar een paar dagen te gaan om in Azerbeidzjan te komen…

Turkije is een vrij groot land maar toch wilden we het in ongeveer twee dagen doorjagen. Niet omdat we er zo snel mogelijk uit wilden zijn maar omdat we die verrekte boot moesten halen. We zijn gelijk richting Istanbul gereden en daar eenmaal aangekomen bleek dat de hoofdweg dwars door de stad liep en dat ze ook nog eens aan het werk waren in de stad. Je kunt al raden wat dat betekend: een heel erg drukke weg, toeterende auto’s, vrachtwagens die je her en der inhalen, mensen die de vluchtstrook gebruiken ofwel als wc of als extra rijbaan, of beiden. Complete chaos. Het duurde behoorlijk lang maar uiteindelijk waren we de stad uit en konden we genieten van het land. Turkije is een erg mooi gebied waar we echt konden genieten van het rondrijden. Eenmaal uit de grote steden rijd je door prachtige uitgestrekte vlaktes. We hielden Ankara aan en gingen na een tijdje meer richting het noorden, naar de Zwarte Zee. Al voor Ankara moesten we van de grote wegen af en volgens de kaart hielden hier zo’n beetje de goede snelwegen op maar gelukkig besteed Turkije blijkbaar een deel van de schandalige hoeveelheid geld die benzine hier kost aan wegenbouw want we konden goed doorrijden. We hebben bij een lokaal restaurantje, dat ook de supermarkt, de pomp en waarschijnlijk ook de plaatselijke kroeg is geweest even wat gegeten en zijn gelijk doorgereden om zoveel mogelijk van het daglicht gebruik te kunnen maken. De eerste dag in Turkije zijn we geëindigd ergens langs de E95 voor Samsun waar we de auto willekeurig van de weg hebben gereden en ergens een slaapplek hebben gezocht. Stom toevallig stonden er een aantal huisjes (lees: bouwvallen) maar deze werden al erg lang niet meer bewoond dus hebben we onze tentjes opgezet en nadat we ons volledig met DEET hadden onder bestoven zijn we gaan slapen. De volgende dag wilden we de grens met Georgïe bereiken en dat betekende vanaf Samsun nog een heel stuk langs de Zwarte Zee rijden richting de grens. Maar wat was het prachtig om daar rond te rijden, met het water aan de linkerkant, de idiote medeweggebruikers die om je heen slingeren en de typische Turkse stadjes waar we door heen gingen was het vandaag echt een mooie dag. We hebben langs de Zwarte Zee gegeten bij een klein restaurantje waar een oudere man de barbecue aan slingerde om een overheerlijk stuk vlees te braden. Natuurlijk kregen we daar het nodige brood bij en wat te drinken. De beste man vond het wel interessant om even met ons te praten en uiteindelijk hebben we moeten beloven om z’n kaartje mee te nemen en een foto die we gemaakt hadden van hem bij de barbecue naar hem op te sturen. Daarna was het tijd om snel door te rijden naar Georgië, gelukkig was de grens niet zo ver meer. Toen we bij de grens aankwamen bleek dat het nog wel even ging duren. Blijkbaar vonden ze het nodig om renovatie te doen aan de grenspost met als gevolg dat iedereen die Georgië in wilde, wat er nogal wat waren, door één poortje moesten. We moesten achteraan de rij aansluiten en dit was een voorproefje van wat ons te wachten zou staan voor de rest van de reis. We hebben namelijk ongeveer 4 uur in de rij moeten staan waarbij we de auto elke keer kleine stukjes vooruitgeduwd hebben wanneer we weer wat op mochten schuiven. Gelukkig hadden we wel een prachtige zonsondergang over de Zwarte Zee en hebben we kennis leren maken met een ex-Georgisch militair agent die nu een vrachtbedrijf had tussen Georgië en Nederland. Je leert mensen toch een beetje kennen als je vier uur lang niets anders te doen hebt dan in de zon staan te wachten. Afijn, eenmaal bij de daadwerkelijke grenspost bleek het zo gedaan te zijn. Binnen 20 minuten stonden we in Georgië. De grenspost bij Georgië was overigens volkomen niet wat we verwacht hadden, super modern met camera’s en glazen hokjes en wel 10 lanen waar je door heen kon rijden. Omdat het al rijkelijk laat was moesten we eerst maar eens een slaapplaats zoeken, wat nog niet heel eenvoudig was. Uiteindelijk zijn we na een half uur van rondzwerven in Batuumi, Georgië geëindigd in een mooi etablissement: The Blue Lagoon wat net buiten de stad lag. De eerste indruk van het hotel was, laten we het zeggen, bijzonder. Er zaten een aantal dames aan de bar, veel pluche overal en een fijne sfeer die gecreëerd werd door de tl-bakken die aan het plafond hingen. Ja, inderdaad, het leek een beetje een hoerentent. Maar het was toch al laat, dus we besloten maar de gok te nemen. Het bleek een prima gok want de kamer was prima en de auto konden we veilig achter het hek neerzetten. De volgende dag zijn we weer op tijd vertrokken, de auto vol benzine gegooid en even sigaretten gehaald wat ontzettend goedkoop is in Georgië. Daarna begon de reis door Georgië, een fantastisch land om door heen te rijden. De landschappen leken in de verste verte niet op wat we tot nog toe gezien hadden. Georgië is een erg bosrijk land, met veel bergen en erg mooie vergezichten. De koeien liggen op de weg, ook in de haarspeldbochten waarvan we er heel veel gezien hebben, maar die trekken niet zoveel van je aan. De mensen zijn ook erg vriendelijk, hoe kan het ook anders als de president met een Nederlandse vrouw getrouwd is en de benzine is goedkoop. Ook hier vonden we het jammer dat we toch vrij rap door het land heen moesten gaan, steden als Tbilisi zijn vast de moeite waard om wat langer in rond te kijken, maar helaas konden we er alleen door heen rijden. Wat we gezien hebben was in ieder geval al de moeite waard, maar de druk om op tijd in Azerbeidzjan te zijn was toch te groot. Het was dus doorjagen geblazen naar de grens. Gelukkig is Georgië niet zo’n groot land dus konden we er in een dag doorheen rijden. Hoe meer we richting de grens reden, hoe meer het landschap aan het veranderen was. Van de mooie bosrijke en bergachtige stukken werd het steeds vlakker en droger. Het kreeg steeds meer de indruk van een woestijn, wat betekende dat we dichterbij Azerbeidzjan kwamen. Aan het eind van de middag kwamen we eindelijk bij de grens aan, waar we in de rij aansloten. Georgië uit was niet zo’n probleem, dat was vrij snel gedaan. Azerbeidzjan in was toch een stuk lastiger. Dit was toch wel waar we voor gewaarschuwd waren, grensposten waar niemand je verstond en je van hot naar her werd gestuurd met allerlei formulieren. De locals dringen natuurlijk overal voor en dat moet je maar gewoon accepteren. Jongens in uniformen, net oud genoeg om zich te moeten scheren, zeggen dat je de auto ergens moet parkeren en de formulieren in orde moet maken. Overal moest er weer een papiertje opgehaald worden en overal moest weer wat betaald worden, uiteindelijk hadden we de nodige papieren, na veel discussie en een soort van vertaling door iemand die een beetje Engels kon. We hadden het vermoeden dat ze meer van ons af wilden omdat we te lastig waren dan dat we daadwerkelijk alles volgens de boekjes hadden gedaan. Daarna mochten we natuurlijk niet zomaar weg, de auto moest nog even compleet doorzocht worden door iemand zonder uniform die achteraf betaald wilde worden, in de auto zonder dat iemand het zag natuurlijk. En net toen we wilden wegrijden kwam een commandant er aan die ons tegenhield. Omdat we van de rally waren dachten ze dat wij iedereen kenden die ook meedeed en blijkbaar waren er Italianen geweest die al (!) hun autopapieren hadden laten liggen, niet slim in een land als Azerbeidzjan. Wat volgende was een erg lange discussie waarin we probeerden duidelijk te maken dat we de beste mensen niet eens kenden en we niet eens zeker wisten of ze wel dezelfde kant op gingen als ons, terwijl de commandant ons maar wilde dwingen dat papiertje wilden meenemen. Het had even geduurd, maar uiteindelijk konden we ontsnappen en waren we in Azerbeidzjan! Ook nu was het alweer redelijk laat geworden, de grenspost had aardig wat tijd gekost en we hebben nog ongeveer een kilometer of 20/30 gereden op zoek naar iets van een hotel. Azerbeidzjan was wel gelijk een wereld van verschil met bijvoorbeeld Georgië. Je had nu echt het idee dat je meer en meer in de oliestaten met hun woestijnen aan het rijden was. Een grote droge bak met zand en rotsen van plus 40 graden Celsius, niet een erg aanlokkelijke vakantiebestemming. Maar we waren waar we moesten zijn, uiteindelijk vonden we een motel langs de weg waar we nog konden slapen. Eerst moesten we nog even pinnen maar dat had nogal wat voeten in de aarde, er waren al niet zoveel pinautomaten en als ze er waren deden ze het vaak niet. Uiteindelijk moesten we naar een andere plaats rijden waar we wat geld konden pinnen en zijn we terug gegaan naar het motel. Daar hebben we in ons beste Russisch met de hulp van “The Ultimate Book Of Russian” (a.k.a het Hoe&Wat in het Russisch) wat eten besteld. We dachten dat we een groot bord vlees zouden krijgen, maar uiteindelijk werd het een kom soep met gekookt vlees en veel brood. Nou ja, beter als niets moesten we maar denken. Na het eten zijn we onze kamer maar eens op gaan zoeken. We hadden weer een lange dag gehad en de volgende dag moesten we richting Baku, de havenstad van Azerbeidzjan. Het einde van de race naar Azerbeidzjan zat er bijna op, nu nog kijken of we de boot konden halen…

Posted in Uncategorized | Comments Off

Vervolg van het reisverslag, de race naar Azerbeidzjan deel 1: Oostenrijk, Hongarije en Servië

Hier dan het vervolg van het reisverslag. Van het feest in Tsjechië gaan we verder naar Oostenrijk, Hongarije en Servië. Het afgelopen verslag eindigde met de ochtend na het feest in het kasteel – een zeer vroege ochtend…

Ondanks dat het belachelijk vroeg was waren we toch van plan om ook vandaag zoveel mogelijk kilometers af te leggen. Eerst moesten we een stuk terug door Duitsland – dat lijkt tegenstrijdig maar gek genoeg is de autobahn toch sneller dan de binnendoor wegen van Tsjechië. Het was niet makkelijk om op dat uur van de morgen al in de auto te stappen, normaal al niet maar nu zeker niet.  Na een paar uur rijden werd het echt tijd om zo ongeveer de koffievoorraad van het tankstation naast de weg leeg te drinken en wat te eten. Gelijk maar even het vignet gehaald voor Oostenrijk en we konden weer op weg. Oostenrijkse wegen waren, net als de Duitse wegen, weer prima van kwaliteit dus we schoten aardig op. Omdat het allemaal nog fijn Europa was hadden we ook nog geen last van grensposten waar we eindeloos moesten wachten, iets dat snel zou gaan veranderen. Oostenrijk was zeker ook een mooi gebied om door heen te rijden, met de bergen en de vele bossen maar we wilden toch graag richting Centraal Azië dus het was doorrijden geblazen. Na Oostenrijk kwam Hongarije en je kon hier toch al wel merken dat je steeds verder van West Europa aan het rijden was. De wegen waren nog prima, maar er was iets aan het landschap en vooral de mensen dat aan het veranderen was. Hongarije is ook een aardig groot land zoals iedereen wel weet en op de kaart kan zien maar we wilden proberen of we de grens met Servië konden bereiken. Tegen een uur of zes leek het er op dat we het zouden gaan redden en de route die we hadden van Google Maps begon ons inderdaad van de snelweg af te leiden en dat leek ons in eerste instantie een goed teken.  Maar na ongeveer een uur van over kleine weggetjes en door een grote stad gereden te hebben zonder ook maar een spoor van een grensovergang begonnen we toch iets argwanender te worden. Na nog iets verder te hebben gereden en toen we echt begonnen te twijfelen kwamen we dan toch ineens bij de grensovergang, letterlijk ineens. Na een vredig stukje landschap stonden we toch echt  ineens stil voor een groot hek en betonnen gebouwen, letterlijk stil want het was namelijk na 18:00 en deze grenspost sloot blijkbaar op gezette tijden. Terwijl wij op de kaart aan het kijken waren waar we nu weer heen moesten kwamen er al twee mannen in uniform naar ons toe, uiteraard met de handen op het pistool, waarop wij probeerden om maar zo snel mogelijk weg te komen. Door onze weg terug te volgen over alle kleine weggetjes kwamen we weer vlakbij de snelweg uit, vlakbij de grote grenspost. Omdat het nu al vrij laat was besloten we maar een camping op te zoeken en de volgende dag richting Servië te gaan. Omdat de race naar Azerbeidzjan nog steeds in volle gang was zijn we de volgende dag weer vroeg opgestaan om Servië en Bulgarije van ons lijstje af te kunnen strepen. Door onze haast om in 5 dagen Centraal Azië te bereiken moesten we de mooie Oost Europese landen helaas ook ontzettend snel door, iets om later maar eens naar terug te gaan op vakantie. Na weer een lange dag rijden kwamen we aan op een camping in Bulgarije vlakbij de grens met Turkije. Wij hadden ons al voorbereid om met handen en voeten te vragen voor een slaapplek toen de beste man Engels bleek te zijn, dus dat viel weer mee. Toevallig stond er op dat moment ook een Nederlands stel op de camping die hun hele leven al door Oost Europa aan het reizen waren en zij hadden een goede tip voor ons. Als je Turkije wilt bereiken vanaf Bulgarije, ga dan niet de hoofdgrens over want dat kan erg lang duren maar neem een kleine detour en ga via Griekenland een kleinere grenspost over. Zo gezegd zo gedaan en zo konden we en een land bij ons lijstje schrijven en via een kleine korte grenspost Turkije binnen. Hier begon de bureaucratie toch wel door te druppelen nadat we van loket 2 naar 1 en daarna naar 3 moesten met papiertjes en bonnetjes voordat we door mochten. Maar het was ons gelukt, we waren weer een land dichterbij de boot en vroeg in de ochtend reden we Turkije binnen. We begonnen ons meer en meer richting Centraal Azië te begeven en dat konden we goed merken in het landschap en vooral ook de cultuur en de mensen.

Posted in Uncategorized | Comments Off