Van een camping ergens achteraf in Bulgarije gerund door een Engelsman via een kleine omweg door Griekenland het volgende land van de lijst binnenkomen, Turkije. Nog maar een paar dagen te gaan om in Azerbeidzjan te komen…
Turkije is een vrij groot land maar toch wilden we het in ongeveer twee dagen doorjagen. Niet omdat we er zo snel mogelijk uit wilden zijn maar omdat we die verrekte boot moesten halen. We zijn gelijk richting Istanbul gereden en daar eenmaal aangekomen bleek dat de hoofdweg dwars door de stad liep en dat ze ook nog eens aan het werk waren in de stad. Je kunt al raden wat dat betekend: een heel erg drukke weg, toeterende auto’s, vrachtwagens die je her en der inhalen, mensen die de vluchtstrook gebruiken ofwel als wc of als extra rijbaan, of beiden. Complete chaos. Het duurde behoorlijk lang maar uiteindelijk waren we de stad uit en konden we genieten van het land. Turkije is een erg mooi gebied waar we echt konden genieten van het rondrijden. Eenmaal uit de grote steden rijd je door prachtige uitgestrekte vlaktes. We hielden Ankara aan en gingen na een tijdje meer richting het noorden, naar de Zwarte Zee. Al voor Ankara moesten we van de grote wegen af en volgens de kaart hielden hier zo’n beetje de goede snelwegen op maar gelukkig besteed Turkije blijkbaar een deel van de schandalige hoeveelheid geld die benzine hier kost aan wegenbouw want we konden goed doorrijden. We hebben bij een lokaal restaurantje, dat ook de supermarkt, de pomp en waarschijnlijk ook de plaatselijke kroeg is geweest even wat gegeten en zijn gelijk doorgereden om zoveel mogelijk van het daglicht gebruik te kunnen maken. De eerste dag in Turkije zijn we geëindigd ergens langs de E95 voor Samsun waar we de auto willekeurig van de weg hebben gereden en ergens een slaapplek hebben gezocht. Stom toevallig stonden er een aantal huisjes (lees: bouwvallen) maar deze werden al erg lang niet meer bewoond dus hebben we onze tentjes opgezet en nadat we ons volledig met DEET hadden onder bestoven zijn we gaan slapen. De volgende dag wilden we de grens met Georgïe bereiken en dat betekende vanaf Samsun nog een heel stuk langs de Zwarte Zee rijden richting de grens. Maar wat was het prachtig om daar rond te rijden, met het water aan de linkerkant, de idiote medeweggebruikers die om je heen slingeren en de typische Turkse stadjes waar we door heen gingen was het vandaag echt een mooie dag. We hebben langs de Zwarte Zee gegeten bij een klein restaurantje waar een oudere man de barbecue aan slingerde om een overheerlijk stuk vlees te braden. Natuurlijk kregen we daar het nodige brood bij en wat te drinken. De beste man vond het wel interessant om even met ons te praten en uiteindelijk hebben we moeten beloven om z’n kaartje mee te nemen en een foto die we gemaakt hadden van hem bij de barbecue naar hem op te sturen. Daarna was het tijd om snel door te rijden naar Georgië, gelukkig was de grens niet zo ver meer. Toen we bij de grens aankwamen bleek dat het nog wel even ging duren. Blijkbaar vonden ze het nodig om renovatie te doen aan de grenspost met als gevolg dat iedereen die Georgië in wilde, wat er nogal wat waren, door één poortje moesten. We moesten achteraan de rij aansluiten en dit was een voorproefje van wat ons te wachten zou staan voor de rest van de reis. We hebben namelijk ongeveer 4 uur in de rij moeten staan waarbij we de auto elke keer kleine stukjes vooruitgeduwd hebben wanneer we weer wat op mochten schuiven. Gelukkig hadden we wel een prachtige zonsondergang over de Zwarte Zee en hebben we kennis leren maken met een ex-Georgisch militair agent die nu een vrachtbedrijf had tussen Georgië en Nederland. Je leert mensen toch een beetje kennen als je vier uur lang niets anders te doen hebt dan in de zon staan te wachten. Afijn, eenmaal bij de daadwerkelijke grenspost bleek het zo gedaan te zijn. Binnen 20 minuten stonden we in Georgië. De grenspost bij Georgië was overigens volkomen niet wat we verwacht hadden, super modern met camera’s en glazen hokjes en wel 10 lanen waar je door heen kon rijden. Omdat het al rijkelijk laat was moesten we eerst maar eens een slaapplaats zoeken, wat nog niet heel eenvoudig was. Uiteindelijk zijn we na een half uur van rondzwerven in Batuumi, Georgië geëindigd in een mooi etablissement: The Blue Lagoon wat net buiten de stad lag. De eerste indruk van het hotel was, laten we het zeggen, bijzonder. Er zaten een aantal dames aan de bar, veel pluche overal en een fijne sfeer die gecreëerd werd door de tl-bakken die aan het plafond hingen. Ja, inderdaad, het leek een beetje een hoerentent. Maar het was toch al laat, dus we besloten maar de gok te nemen. Het bleek een prima gok want de kamer was prima en de auto konden we veilig achter het hek neerzetten. De volgende dag zijn we weer op tijd vertrokken, de auto vol benzine gegooid en even sigaretten gehaald wat ontzettend goedkoop is in Georgië. Daarna begon de reis door Georgië, een fantastisch land om door heen te rijden. De landschappen leken in de verste verte niet op wat we tot nog toe gezien hadden. Georgië is een erg bosrijk land, met veel bergen en erg mooie vergezichten. De koeien liggen op de weg, ook in de haarspeldbochten waarvan we er heel veel gezien hebben, maar die trekken niet zoveel van je aan. De mensen zijn ook erg vriendelijk, hoe kan het ook anders als de president met een Nederlandse vrouw getrouwd is en de benzine is goedkoop. Ook hier vonden we het jammer dat we toch vrij rap door het land heen moesten gaan, steden als Tbilisi zijn vast de moeite waard om wat langer in rond te kijken, maar helaas konden we er alleen door heen rijden. Wat we gezien hebben was in ieder geval al de moeite waard, maar de druk om op tijd in Azerbeidzjan te zijn was toch te groot. Het was dus doorjagen geblazen naar de grens. Gelukkig is Georgië niet zo’n groot land dus konden we er in een dag doorheen rijden. Hoe meer we richting de grens reden, hoe meer het landschap aan het veranderen was. Van de mooie bosrijke en bergachtige stukken werd het steeds vlakker en droger. Het kreeg steeds meer de indruk van een woestijn, wat betekende dat we dichterbij Azerbeidzjan kwamen. Aan het eind van de middag kwamen we eindelijk bij de grens aan, waar we in de rij aansloten. Georgië uit was niet zo’n probleem, dat was vrij snel gedaan. Azerbeidzjan in was toch een stuk lastiger. Dit was toch wel waar we voor gewaarschuwd waren, grensposten waar niemand je verstond en je van hot naar her werd gestuurd met allerlei formulieren. De locals dringen natuurlijk overal voor en dat moet je maar gewoon accepteren. Jongens in uniformen, net oud genoeg om zich te moeten scheren, zeggen dat je de auto ergens moet parkeren en de formulieren in orde moet maken. Overal moest er weer een papiertje opgehaald worden en overal moest weer wat betaald worden, uiteindelijk hadden we de nodige papieren, na veel discussie en een soort van vertaling door iemand die een beetje Engels kon. We hadden het vermoeden dat ze meer van ons af wilden omdat we te lastig waren dan dat we daadwerkelijk alles volgens de boekjes hadden gedaan. Daarna mochten we natuurlijk niet zomaar weg, de auto moest nog even compleet doorzocht worden door iemand zonder uniform die achteraf betaald wilde worden, in de auto zonder dat iemand het zag natuurlijk. En net toen we wilden wegrijden kwam een commandant er aan die ons tegenhield. Omdat we van de rally waren dachten ze dat wij iedereen kenden die ook meedeed en blijkbaar waren er Italianen geweest die al (!) hun autopapieren hadden laten liggen, niet slim in een land als Azerbeidzjan. Wat volgende was een erg lange discussie waarin we probeerden duidelijk te maken dat we de beste mensen niet eens kenden en we niet eens zeker wisten of ze wel dezelfde kant op gingen als ons, terwijl de commandant ons maar wilde dwingen dat papiertje wilden meenemen. Het had even geduurd, maar uiteindelijk konden we ontsnappen en waren we in Azerbeidzjan! Ook nu was het alweer redelijk laat geworden, de grenspost had aardig wat tijd gekost en we hebben nog ongeveer een kilometer of 20/30 gereden op zoek naar iets van een hotel. Azerbeidzjan was wel gelijk een wereld van verschil met bijvoorbeeld Georgië. Je had nu echt het idee dat je meer en meer in de oliestaten met hun woestijnen aan het rijden was. Een grote droge bak met zand en rotsen van plus 40 graden Celsius, niet een erg aanlokkelijke vakantiebestemming. Maar we waren waar we moesten zijn, uiteindelijk vonden we een motel langs de weg waar we nog konden slapen. Eerst moesten we nog even pinnen maar dat had nogal wat voeten in de aarde, er waren al niet zoveel pinautomaten en als ze er waren deden ze het vaak niet. Uiteindelijk moesten we naar een andere plaats rijden waar we wat geld konden pinnen en zijn we terug gegaan naar het motel. Daar hebben we in ons beste Russisch met de hulp van “The Ultimate Book Of Russian” (a.k.a het Hoe&Wat in het Russisch) wat eten besteld. We dachten dat we een groot bord vlees zouden krijgen, maar uiteindelijk werd het een kom soep met gekookt vlees en veel brood. Nou ja, beter als niets moesten we maar denken. Na het eten zijn we onze kamer maar eens op gaan zoeken. We hadden weer een lange dag gehad en de volgende dag moesten we richting Baku, de havenstad van Azerbeidzjan. Het einde van de race naar Azerbeidzjan zat er bijna op, nu nog kijken of we de boot konden halen…